De lokroep van het onverharde pad

Laat ik beginnen met een citaat van mijn grote wandelvoorganger Jacobus Craandijk: “Als voetgangers kiezen wij de meest gebaande paden niet en den naasten weg hebben wij niet noodig.” Schreef de wandelende dominee in 1882. En dat is nu, anno 2016, natuurlijk nog steeds zo. Wandelen is misschien wel per definitie omlopen. Ik geniet van het onderweg zijn, van de natuur en het landschap, van de rust en de traagheid. Dat is ook de lokroep van het onverharde pad. Wanneer ik over een grasdijk of zandweg wandel, ben ik onderdeel van het landschap. Ik voel me veilig en comfortabel. De ondergrond is zacht. De demping is goed voor mijn voeten. Ik heb minder snel last van blaren. De beleving van mijn omgeving is intens. Ik word niet gestoord door andere verkeersdeelnemers, zoals fietsers en auto’s. Het onverharde pad is integraal onderdeel van de natuur. In tegenstelling tot asfalt of beton dat ik ervaar als kunstmatig of zelfs vijandig element.    

Exclusiviteit voor de wandelaar is misschien nog wel belangrijker dan een onverhard pad in de fysieke betekenis van het woord. Daar valt het nodige over te steggelen. Wanneer precies is een pad verhard, halfverhard of onverhard? Geldt een brede grasberm naast een fietspad of een weg als onverhard of niet? Het gebruik van percentages maakt het er ook al niet eenvoudiger op. Maar wat doet het er eigenlijk toe? Het mooie kerkenpad bij Oosterbeek langs de uiterwaarden bijvoorbeeld is een verhard klinkerpaadje, maar alleen toegankelijk voor wandelaars. Voor mij valt het onder de categorie ‘onverhard’. Net als het asfaltvoetpad over de duinen langs de kust, maar wel exclusief voor wandelaars. Niet letterlijk, maar als metafoor. Zelfs verhard kan onverhard zijn.

Onverharde paden zijn oude paden. Ze vertellen een verhaal over de geschiedenis van het landschap, over de ruimtelijke ordening, over de infrastructuur en natuurlijk over de mensen die er gebruik van maken. En dat maakt ze zo waardevol. Waard om beschermd te worden. Want de laatste decennia - zeker in de periode van de ruilverkavelingen - zijn in Nederland veel onverharde paden en wegen van de kaart geveegd. Gelukkig komen er tegenwoordig mondjesmaat weer nieuwe onverharde boerenlandpaden, ommetjes en klompenpaden voor in de plaats. Het onverharde pad lokt mij het landschap in. Weg van de herrie, weg van de stress, weg van de drukte, weg van het verkeer, weg van de lelijkheid. Genieten van de rust en stilte, de eenzaamheid, het trage tempo van de wandelaar. Daarom maak ik wandelroutes die zoveel mogelijk over onverharde of halfverharde paden gaan. Graspaden, zandpaden, grindpaden en puinpaden zijn garantie voor de kwaliteit van mijn Trage Tochten.