Wandelen is voor mij nooit een doel op zich. Het gaat me vooral om de geschiedenis en de beleving van het landschap. Om de ervaring van rust en stilte in het landelijk gebied, ver weg van de hectiek. Om de concentratie op mijn eigen gedachten. Maar ook om de interesse voor mensen en cultuurhistorie in dorpen en steden.
Het landschap laat zich volgens mij het beste lezen als een meerduidige tekst. De ene keer is de historische invalshoek richtinggevend, de andere keer bepalen de bloemetjes en bijtjes het verhaal en een volgende keer doen ruimtelijke ontwikkelingen hun werk. Die variatie en meerduidige interpretatie maakt het buiten zijn ook juist zo leuk. Gebogen over de kaart dit landschap vertalen in kwalitatief goede routes, dat is mijn passie!
Naast mijn routewerk binnen en buiten de deur ben ik een groot liefhebber van films, wereldmuziek en natuurlijk ... van literatuur. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

'Niet op de verharde paden blijven s.v.p.'
(tekst: Titia Ketelaar, bron: NRC, 17 mei 2018)
„Wandelen is de manier waarop je het landschap om je heen het meest intensief ervaart, het contrast met het hectische dagelijkse leven.
Het ontwerpen van een wandeling begint achter de computer, met kaarten. Daarop gaat Wolfs op zoek naar het groen en het blauw, en naar de verschillen in landschap. “Coulissenlandschappen zijn me het meest dierbaar.” Vervolgens zoekt hij naar onderbroken streepjes. “Ik heb een speciale kaart met fietsroutes. Dan kan ik fietspaden mijden.” Want, zegt hij: “In het westen zijn veel onverharde paden gefietspadiseerd, langs de IJssel bijvoorbeeld de grasdijken. Je moet overheden er altijd van overtuigen: fietspaden zijn niet leuk voor wandelaars. Wandelaars hebben niet veel nodig. Het is heel simpel: leg in de berm een klein paadje aan. Een kippenpaadje. Meer hoeft het niet te zijn. Maar het moet wel gescheiden zijn van het fietspad. Fietsers denken altijd dat jij er niet hoeft te lopen en gaan heel hard bellen.” Niet dat het slecht is gesteld met het wandelpad, vindt hij. Nederland heeft in tegenstelling tot Engeland weliswaar geen traditie van het recht van overpad, waarbij je over iemands grond mag lopen omdat er in vroegere eeuwen ook een pad liep, maar de toegankelijkheid van de natuur is toegenomen, signaleert Wolfs. „Er zijn nu klompenpaden en boerenlandpaden over weilanden. Langs de Nederlandse kust kan je overal lopen, dat is echt heel bijzonder.”
Naar bezienswaardigheden zoekt hij niet. Want: “Waar je ook bent, zelfs ogenschijnlijk oninteressante plekken zijn niet oninteressant als je gaat kijken naar hoe een landschap is gevormd. Keer op keer kom ik de meest waanzinnige dingen tegen.”
Hij vertelt over het Marskramerpad – een route van Bad Bentheim in Duitsland naar het Kurhaus in Scheveningen. “Bij Holten gaat die over de Motieweg. Een rare naam. Dit was nog in het pre-internettijdperk dus ik ging naar de bibliotheek voor informatie. In een oud tijdschrift kwam ik tegen hoe de gemeenteraad had gestemd over de naam. Er werd zelfs een motie ingediend. Vandaar: Motieweg.”
Het aantal kilometers maakt Wolfs niet uit. “Het gaat me niet om het sportieve, maar om het genieten. Ik heb pareltjes gemaakt van negen kilometer, bij Neerijnen bijvoorbeeld in de Betuwe. Met twee kastelen, uiterwaarden, een parkbos: je kijkt je ogen uit. Dan ga ik daar niet geforceerd nog wat kilometers aan vastknopen.” Alle routes loopt hij na, meestal met zijn vrouw Erna. Ze lopen in hetzelfde ritme, hetzelfde tempo. „De laatste 10 procent van een route is veldwerk. Een pad kan afgesloten zijn, nieuwe paden staan soms nog niet op de kaart en zijn véél mooier, het pad in het bos blijkt saai, terwijl vlakbij een prachtige beukenlaan loopt.”
